inleiding

Op 30 januari 1648 sloten de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en het Koninkrijk Spanje in de Westfaalse stad Munster na tachtig jaar oorlog vrede. Een paar maanden later, op 5 juni, werd de vrede overal officieel afgekondigd. De Spaanse koning – inmiddels Filips IV – legde zich zo bij de feiten van de afgelopen periode neer. Hij accepteerde zijn nederlaag, deed afstand van de Noord-Nederlandse gebieden die oorspronkelijk onder zijn gezag vielen en erkende officieel de onafhankelijkheid van de Republiek.

Na afloop van het Twaalfjarig Bestand in 1621 was de strijd weer opgelaaid. Van een ‘Opstand’ tegen het wettige Spaanse gezag was toen allang geen sprake meer. Cruciale landen als Frankrijk en Engeland hadden de Republiek inmiddels officieel erkend en intern had de jonge staat zich weten te consolideren. Meer nog, in de praktijk hoorde Republiek bij de machtige landen van Europa. Al sinds de jaren 1590 was er regelrecht sprake van een oorlog tussen twee staten, die zich ook niet alleen in de Nederlanden zelf afspeelde. Nederlandse en Spaanse schepen bestreden elkaar in andere werelddelen en de Republiek sloot met andere landen tegen Spanje gerichte bondgenootschappen. Natuurlijk werd ook in het land zelf gevochten, maar dan toch vooral aan de randen ervan. Gewesten als Holland, Utrecht en Friesland hadden van directe oorlogvoering niets te duchten. In het oosten en zuiden veroverden beide partijen in die jaren over en weer wel steden op elkaar, de Spanjaarden in 1625 bijvoorbeeld de belangrijke Brabantse stad Breda.

Maar het lukte hen niet om een werkelijk offensief op touw te zetten. Integendeel, onder leiding van stadhouder Frederik Hendrik, de jongste zoon van ‘vader des vaderlands’ Willem van Oranje, geboren kort voordat zijn vader werd vermoord, vielen na 1625 enkele belangrijke steden juist in handen van de Republiek: Groenlo in 1627, Den Bosch in 1629, Maastricht in 1632, Breda in 1637 en Hulst in 1645. Bij het sluiten van de vrede legde Spanje zich bij al deze veroveringen neer. De Vrede van Munster legde hierdoor de grenzen van de Republiek vast. Alle door Frederik Hendrik veroverde steden horen sindsdien definitief bij Nederland en de Republiek had zijn omvang nu gevonden. Frederik Hendrik zelf heeft het sluiten van de vrede overigens niet meegemaakt. Hij was in 1647 op 63-jarige leeftijd gestorven.

De andere kant van de medaille was dat alle Spaans gebleven steden niet meer onder Nederlands gezag konden vallen. In onder meer Antwerpen, Gent, Mechelen en Leuven, een eeuw eerder behorend tot de belangrijkste steden van de Nederlanden, gold nu definitief het gezag van de Spaanse koning, die hier vertegenwoordigd werd door zijn in Brussel residerende landvoogd. Anders dan in het noorden was hier de katholieke Kerk oppermachtig. Als gevolg van de Vrede van Munster werden het noorden en het zuiden van de Nederlanden definitief van elkaar gescheiden, niet alleen in staatkundig, maar ook in religieus en maatschappelijk opzicht. Beide gebieden gingen sindsdien een eigen weg, en hoewel er wel pogingen zijn gedaan de twee weer aaneen te smeden, bleken de al sinds ongeveer 1585 gegroeide verschillen steeds weer te groot te zijn.

In grote delen van de Republiek werd de vrede uitgebreid gevierd. De vrede was gunstig voor de handel, te meer omdat Spanje expliciet de Nederlandse aanwezigheid in Azië, Afrika en Amerika had aanvaard. Bovendien hadden de oorlogsinspanningen altijd handen vol geld gekost. Met name Amsterdam en Holland, dat als veruit het rijkste gewest de grootste lasten had moeten dragen, waren met de vrede ingenomen. In juni 1648, slechts enkele dagen nadat de vrede officieel was afgekondigd, was Amsterdam met de bouw van een nieuw stadhuis begonnen. Dit stadhuis zou niet alleen symbool staan voor de enorme macht en rijkdom die Amsterdam de voorgaande halve eeuw verworven had, maar zou tevens nadrukkelijk een symbool van de vrede worden.

Maar lang niet overal was de vrede met gejuich ontvangen. Sommige steden en gewesten vreesden juist dat hun economie een klap zou oplopen. Zeeland bijvoorbeeld stribbelde lang tegen, vooral omdat voor Zeeuwen het kapen van Spaanse schepen jarenlang heel lucratief was. Elders, bijvoorbeeld in Utrecht, bestond veel bezwaar uit godsdienstige overwegingen: de Vrede hield immers in dat in de Zuidelijke Nederlanden het calvinisme geen voet meer aan de grond kon krijgen. Ook de zoon van Frederik Hendrik, Willem II, die zijn vader als stadhouder was opgevolgd, was er niet erg mee ingenomen. Als aanvoerder van leger en vloot van de Republiek was zijn macht en invloed immers juist in hoge mate afhankelijk van oorlogvoering. In tijden van vrede kromp zijn macht in ten gunste van de steden en de burgerij, en daar zag hij niet naar uit. Tot slot was ook de belangrijkste bondgenoot van de Republiek, Frankrijk, over de vrede niet erg te spreken. Frankrijk was, en bleef, geïnteresseerd in ten minste delen van de Zuidelijke Nederlanden. Nu vanuit de Republiek hierop geen militaire druk meer werd uitgeoefend, moest dit land zijn oorlog met Spanje alleen voortzetten.

De Vrede van Munster bevestigde een situatie die eigenlijk al veel langer bestond. De Republiek was al tientallen jaren een belangrijke Europese mogendheid. In economisch en cultureel opzicht bevond het land zich middenin zijn Gouden Eeuw. Schilderkunst, architectuur, literatuur en muziek bloeiden als nooit tevoren en gaven het land een eigen gezicht. Nederlandse oorlogs- en handelsschepen bevoeren al een halve eeuw de wereldzeeën, van Japan tot Noord-Amerika wapperde inmiddels de Nederlandse vlag. Dat er binnen de Republiek ook veel verzet tegen de vrede was, laat in feite zien hoe machtig men zich voelde. De oorlog met Spanje was voor velen allang geen vooral principiële strijd meer. Pragmatische overwegingen en handelsbelangen speelden inmiddels ten minste een even grote rol bij het bepalen van de te volgen politiek.

De Vrede van Munster was de erkenning van de positie en het gezag die de Noordelijke Nederlanden zich sinds ongeveer 1590 hadden verworven. De vrede was hierdoor niet alleen een bevestiging van de onafhankelijkheid van de Republiek, maar liet tevens zien dat de Republiek in die tijd grotendeels op eigen kracht een van de machtigste staten van Europa was geworden.

Comments are closed.