|
1. prent, 1648

Pacificatores Orbis Christiani

2. pamflet, 1647
Knuttel 5519
3. penning, 1648
Vrede van Munster

4. boek, 1651
De begrafenisstoet van Frederik Hendrik, plaat nr. 20

|
Op 30 januari 1648 sloten de Republiek der Zeven Verenigde
Nederlanden en het Koninkrijk Spanje in de Westfaalse stad
Munster na tachtig jaar oorlog vrede. Een paar maanden later,
op 5 juni, werd de vrede overal officieel afgekondigd. De
Spaanse koning - inmiddels Filips IV - legde zich zo bij
de feiten van de afgelopen periode neer. Hij accepteerde
zijn nederlaag, deed afstand van de Noord-Nederlandse gebieden
die oorspronkelijk onder zijn gezag vielen en erkende officieel
de onafhankelijkheid van de Republiek.
Na afloop van het Twaalfjarig Bestand in 1621 was de strijd
weer opgelaaid. Van een 'Opstand' tegen het wettige Spaanse
gezag was toen allang geen sprake meer. Cruciale landen
als Frankrijk en Engeland hadden de Republiek inmiddels
officieel erkend en intern had de jonge staat zich weten
te consolideren. Meer nog, in de praktijk hoorde Republiek
bij de machtige landen van Europa. Al sinds de jaren 1590
was er regelrecht sprake van een oorlog tussen twee staten,
die zich ook niet alleen in de Nederlanden zelf afspeelde.
Nederlandse en Spaanse schepen bestreden elkaar in andere
werelddelen en de Republiek sloot met andere landen tegen
Spanje gerichte bondgenootschappen. Natuurlijk werd ook
in het land zelf gevochten, maar dan toch vooral aan de
randen ervan. Gewesten als Holland, Utrecht en Friesland
hadden van directe oorlogvoering niets te duchten. In het
oosten en zuiden veroverden beide partijen in die jaren
over en weer wel steden op elkaar, de Spanjaarden in 1625
bijvoorbeeld de belangrijke Brabantse stad Breda. Maar het
lukte hen niet om een werkelijk offensief op touw te zetten.
Integendeel, onder leiding van stadhouder Frederik Hendrik,
de jongste zoon van 'vader des vaderlands' Willem van Oranje,
geboren kort voordat zijn vader werd vermoord, vielen na
1625 enkele belangrijke steden juist in handen van de Republiek:
Groenlo in 1627, Den Bosch in 1629, Maastricht in 1632,
Breda in 1637 en Hulst in 1645. Bij het sluiten van de vrede
legde Spanje zich bij al deze veroveringen neer. De Vrede
van Munster legde hierdoor de grenzen van de Republiek vast.
Alle door Frederik Hendrik veroverde steden horen sindsdien
definitief bij Nederland en de Republiek had zijn omvang
nu gevonden. Frederik Hendrik zelf heeft het sluiten van
de vrede overigens niet meegemaakt. Hij was in 1647 op 63-jarige
leeftijd gestorven.
De andere kant van de medaille was dat alle Spaans gebleven
steden niet meer onder Nederlands gezag konden vallen. In
onder meer Antwerpen, Gent, Mechelen en Leuven, een eeuw
eerder behorend tot de belangrijkste steden van de Nederlanden,
gold nu definitief het gezag van de Spaanse koning, die
hier vertegenwoordigd werd door zijn in Brussel residerende
landvoogd. Anders dan in het noorden was hier de katholieke
Kerk oppermachtig. Als gevolg van de Vrede van Munster werden
het noorden en het zuiden van de Nederlanden definitief
van elkaar gescheiden, niet alleen in staatkundig, maar
ook in religieus en maatschappelijk opzicht. Beide gebieden
gingen sindsdien een eigen weg, en hoewel er wel pogingen
zijn gedaan de twee weer aaneen te smeden, bleken de al
sinds ongeveer 1585 gegroeide verschillen steeds weer te
groot te zijn.
In grote delen van de Republiek werd de vrede uitgebreid
gevierd. De vrede was gunstig voor de handel, te meer omdat
Spanje expliciet de Nederlandse aanwezigheid in Azië,
Afrika en Amerika had aanvaard. Bovendien hadden de oorlogsinspanningen
altijd handen vol geld gekost. Met name Amsterdam en Holland,
dat als veruit het rijkste gewest de grootste lasten had
moeten dragen, waren met de vrede ingenomen. In juni 1648,
slechts enkele dagen nadat de vrede officieel was afgekondigd,
was Amsterdam met de bouw van een nieuw stadhuis begonnen.
Dit stadhuis zou niet alleen symbool staan voor de enorme
macht en rijkdom die Amsterdam de voorgaande halve eeuw
verworven had, maar zou tevens nadrukkelijk een symbool
van de vrede worden.
Maar lang niet overal was de vrede met gejuich ontvangen.
Sommige steden en gewesten vreesden juist dat hun economie
een klap zou oplopen. Zeeland bijvoorbeeld stribbelde lang
tegen, vooral omdat voor Zeeuwen het kapen van Spaanse schepen
jarenlang heel lucratief was. Elders, bijvoorbeeld in Utrecht,
bestond veel bezwaar uit godsdienstige overwegingen: de
Vrede hield immers in dat in de Zuidelijke Nederlanden het
calvinisme geen voet meer aan de grond kon krijgen. Ook
de zoon van Frederik Hendrik, Willem II, die zijn vader
als stadhouder was opgevolgd, was er niet erg mee ingenomen.
Als aanvoerder van leger en vloot van de Republiek was zijn
macht en invloed immers juist in hoge mate afhankelijk van
oorlogvoering. In tijden van vrede kromp zijn macht in ten
gunste van de steden en de burgerij, en daar zag hij niet
naar uit. Tot slot was ook de belangrijkste bondgenoot van
de Republiek, Frankrijk, over de vrede niet erg te spreken.
Frankrijk was, en bleef, geïnteresseerd in ten minste
delen van de Zuidelijke Nederlanden. Nu vanuit de Republiek
hierop geen militaire druk meer werd uitgeoefend, moest
dit land zijn oorlog met Spanje alleen voortzetten.
De Vrede van Munster bevestigde een situatie die eigenlijk
al veel langer bestond. De Republiek was al tientallen jaren
een belangrijke Europese mogendheid. In economisch en cultureel
opzicht bevond het land zich middenin zijn Gouden Eeuw.
Schilderkunst, architectuur, literatuur en muziek bloeiden
als nooit tevoren en gaven het land een eigen gezicht. Nederlandse
oorlogs- en handelsschepen bevoeren al een halve eeuw de
wereldzeeën, van Japan tot Noord-Amerika wapperde inmiddels
de Nederlandse vlag. Dat er binnen de Republiek ook veel
verzet tegen de vrede was, laat in feite zien hoe machtig
men zich voelde. De oorlog met Spanje was voor velen allang
geen vooral principiële strijd meer. Pragmatische overwegingen
en handelsbelangen speelden inmiddels ten minste een even
grote rol bij het bepalen van de te volgen politiek.
De Vrede van Munster was de erkenning van de positie en
het gezag die de Noordelijke Nederlanden zich sinds ongeveer
1590 hadden verworven. De vrede was hierdoor niet alleen
een bevestiging van de onafhankelijkheid van de Republiek,
maar liet tevens zien dat de Republiek in die tijd grotendeels
op eigen kracht een van de machtigste staten van Europa
was geworden.
|